Handtherapie

203806_nl_editor-photo6De handtherapeut van de praktijk is Daniëlla Rafaëla.
De hand en pols zitten ingewikkeld in elkaar. Botten, spieren, pezen en banden zorgen er samen voor dat u uw hand op eindeloos veel manieren kunt bewegen: met veel kracht of juist met ongelooflijke precisie. De hand is echter ook kwetsbar. Door een ongeluk, door overbelasting of door slijtage kunt u allerlei klachten krijgen. En dat kan u behoorlijk belemmeren bij uw dagelijkse bezigheden. Een goede behandeling is dan erg belangrijk.

Handtherapie is vaak een langdurig en intensief traject, waarbij uw medewerking en inzet van groot belang is. Afhankelijk van de ernst van de aandoening kan ook de duur van de therapie variëren. Het kan zijn dat u met een pijnlijke spier na drie keer behandelen en de juiste adviezen al vooruit kunt. Maar na een operatie of bij uitgebreid letsel kan de nabehandeling soms wel een jaar duren. Vooral in het begin is de behandelfrequentie heel hoog. Want juist in die periode is de meeste winst te behalen.

Wanneer u een aandoening of letsel aan de hand oploopt, is een operatie niet altijd noodzakelijk. In sommige gevallen kan met behulp van therapie het gewenste doel behaald worden. De therapie is gericht op het weer zo goed mogelijk kunnen gebruiken van uw hand. Deze vorm van zorg wordt ook wel “conservatieve therapie”genoemd. Bij veel (pijn-)klachten is er in eerste instantie een conservatief beleid.
Conservatieve therapie kan bestaan uit oefentherapie, het aanmeten van een spalk of andere hulpmiddelen of een combinatie daarvan. Onder andere bij fracturen (breuken), kneuzingen, een gewricht dat uit de kom is geschoten, afgescheurde pezen, spierproblemen of slijtage van gewrichten kan een conservatieve behandeling de eerste keus zijn.

Wanneer u bent geopereerd is er vaak een traject van weken of maanden intensieve handtherapie nodig om uw hand, pols of arm weer goed te kunnen gebruiken. Meestal wordt snel na de operatie al gestart met de therapie; dat is belangrijk omdat wondgenezing in fases verloopt. Wanneer de huid dicht is, raken de lagen eronder ook aan elkaar verkleefd. Voor een goed funcitonerende hand is het juist van belang dat de verschillende lagen van weefsels kunnen blijven glijden. Zo snel mogelijk starten is dus noodzakelijk. Soms beginnen we zelfs al op de dag van de operatie, terwijl de hechtingen nog in de wond zitten. Misschien een eng idee, maar wél van groot belang voor een goed herstel.

Steeds meer mensen hebben last van overbelastingsklachten. Vaak worden ze veroorzaakt door herhaaldelijk dezelfde beweging uit te voeren tijdens werk, sport of hobby. Werken achter de computer (muisarm) is een bekend voorbeeld, maar ook handelingen als pakken, tillen, knijpen of wringen kunnen overbelastingsklachten geven. Pezen kunnen ontstoken raken en zenuwen bekneld, met pijnklachten en functiebeperking tot gevolg.
Door oefeningen, locale behandeling, houding-, til- en bewegingsadviezen, het aanpassen van de werkplek en het aanmeten van spalken kunnen we de klachten verminderen of laten verdwijnen. In veel gevallen is een opratieve ingreep dan niet meer nodig. Door training kunnen we de belastbaarheid van het lichaam groter maken dan de belasting, waardoor u beter opgewassen bent tegen bepaalde (terugkerende) klachten.
Overbelastingsklachten vallen onder de noemer ‘KANS’ (klachten aan arm, nek en schouder) of ‘RSI’ (repetitive strain injuries). KANS/RSI klachten die wij vaak behandelen zijn onder andere de ziekte van Quervain, triggerfinger, Carpaal Tunnel Syndroom, tenniselleboog, golferselleboog en overige peesontstekingen van de schouder en onderarm.